Recente berichten

Recente reacties

  • fratiadmilm: Bedankt voor de interessante informatie
  • jean: Beste Anotaris Bedankt voor de informatie ik/wij zijn samenwonend, ongehuwd, geen samenleveringscontract, huis...
  • Anotaris: In de wet zijn ten aanzien van samenwoners nauwelijks bepalingen opgenomen vandaar dat het belangrijk is om...
  • Willeke: Mijn zus woonde 27 jaar samen met een veel oudere man met volwassen kinderen. Hij is plotseling overleden...
  • Vijay Natoewal: Mee eens!

Archief voor de categorie ‘Utrecht’

Risico’s bij samenleven zonder contract

Ruim 300.000 stellen in ons land wonen samen zonder samenlevingscontract. Vaak staan deze geliefden er niet eens bij stil. Of soms is dat wel het geval, maar vrezen zij dat hun relatie in een sleur raakt na het halen van zo’n formeel papiertje bij de notaris. Anderen zijn bang alimentatie te moeten gaan betalen. Maar koppels die niets op papier regelen, kunnen ook in een financieel diep gat vallen als het zou misgaan in hun relatie.

Als partners onder één dak gaan wonen, kunnen zij kiezen voor een samenlevingscontract, huwelijk of geregistreerd partnerschap. Een samenlevingscontract verschilt wezenlijk van beide andere vormen.

Terwijl de rechten en plichten van gehuwden en geregistreerde partners grotendeels vastliggen in de wet, regelt een samenlevingscontract namelijk alleen datgene wat in zo’n overeenkomst wordt afgesproken. Daarbij valt te denken aan afspraken tussen de samenwonenden over de financiën tijdens hun relatie, maar ook over wat er gebeurt als zij uit elkaar gaan of als één van beide partners zou komen te overlijden.

Volgens deskundigen kan een samenlevingscontract het beste worden vergeleken met een brandverzekering. Zolang alles goed gaat, hebt u die eigenlijk niet nodig. Maar als het misgaat, is het handig om die uit de kast te kunnen halen.

Vooral vrouwen met kinderen kunnen door een samenlevingsovereenkomst voorkomen dat zij financieel in de kou komen te staan als hun relatie na jaren uitraakt. Dat kan vermeden worden als er heldere afspraken in opgenomen zijn over partneralimentatie in het geval van een relatiebreuk.

Overlijden
Bovendien kan een samenlevingscontract veel extra financieel leed voorkomen bij het overlijden van één van beide partners. Met zo’n overeenkomst is er namelijk de zekerheid dat het gespaarde nabestaandenpensioen naar de achterblijvende partner gaat. Ook kan die persoon dan rekenen op een vrijstelling van de erfbelasting van 603.600 euro. Die erfenis moet dan wel zijn vastgelegd in een afzonderlijk testament. Met het samenlevingscontract of testament in de hand heeft de partner eveneens recht op het deel van het koophuis van de overleden geliefde.

Is er echter sprake van een huurhuis, dan kan de achterblijver niet automatisch in de woning blijven wonen als de overleden partner de hoofdhuurder was. Voor koppels is het daarom verstandig na ongeveer twee jaar samenwonen bij de woningverhuurder een verzoek te doen om de partner officieel tot medehuurder te verklaren. De verhuurder kan dat in principe niet weigeren.

Hoewel veel samenwoners op papier nog niets hebben geregeld, worden er wel steeds meer samenlevingsovereenkomsten afgesloten. Tegenwoordig zijn ruim 400.000 koppels in het bezit van zo’n document. Oudere paren kiezen er vaker voor, want ongeveer acht op de tien hebben een dergelijk contract, tegen zes op de tien jonge stellen.

Stellen die niets op papier hebben geregeld, wonen vaak in een huurhuis of in een koopwoning die al in handen was van één van beide partners voordat men ging samenwonen. Partners die samen een huis kopen, worden bij het afsluiten van de hypotheek door de bank vaak verplicht tot het laten opstellen van een samenlevingscontract.

Notarissen vragen in de regel tussen de 300 en 500 euro voor een samenlevingsovereenkomst. Zij bieden korting als tegelijkertijd met zo’n contract ook een testament wordt opgesteld. Het is altijd slim om de tarieven van notarissen van tevoren te vergelijken op meerdere websites zoals notaristarieven.nl, degoedkoopstenotaris.nl en notarisvergelijk.nl. Bij een notaris die is aangesloten bij Netwerk Notarissen kunt u met behulp van een uitgebreide test, bepalen of in uw situatie een samenlevingcontract nuttig is en welke voordelen het biedt.

Met de erfenis ervandoor
Eva Gabrielsson, de vriendin van de Zweedse bestsellerauteur Stieg Larsson, geldt als het schrikbeeld van wat er kan gebeuren als samenwonenden niets hebben geregeld op papier. Gabrielsson had ruim dertig jaar een relatie met Larsson, toen de schrijver in 2004 plotseling overleed.

Zij waren echter niet getrouwd en hadden ook geen samenlevingscontract of testament opgesteld. Daardoor kon de familie van Larsson er met zijn omvangrijke erfenis vandoor gaan en moest Gabrielsson zelfs vechten om in haar eigen huis te kunnen blijven wonen. De familie bood haar ter compensatie nog wel 2 miljoen euro aan, maar dat weigerde zij.

Van de Millenniumtrilogie van Larsson werden wereldwijd ruim vijftig miljoen boeken verkocht.

Markeer uw voorwerpen
Dat de bepalingen in een samenlevingscontract ver kunnen gaan, ontdekte een stel uit Utrecht dat vorige maand naar de notaris stapte. In hun contract staat zelfs dat de boeken, cd’s en dvd’s in hun huis zijn van degene die zijn of haar naam op deze voorwerpen heeft gezet.

Bij sieraden en kleding is het eigendomsrecht anders geregeld. Deze zaken zijn van degene die ze gebruikt, tenzij de andere partner overtuigend kan aantonen er meer recht op te hebben.

Voor de meeste andere spullen geldt dat het eigendom kan worden bewezen met het aankoopbewijs. De notaris beschouwt zaken die niet aan één van beide partners kunnen worden toegewezen als gemeenschappelijk bezit.

Bron: telegraaf.nl
Meer informatie op: www.anotaris.nl

Fiscaal partnerschap 2011

Echtparen zijn voor de Belastingdienst altijd fiscale partners. Bij een aantal inkomsten en aftrekposten mogen zij onderling bepalen wie die post aangeeft en daarbij de voordeligste verdeling kiezen. Mensen die samenwonen zijn niet automatisch fiscale partners, maar tot begin dit jaar konden zij er wel voor kiezen als fiscale partners behandeld te worden. Dat vrijblijvende is er sinds 1 januari af.

Onder bepaalde voorwaarden beschouwt de Belastingdienst hen voortaan als fiscale partners. Jaarlijks een andere keuze kunnen maken, is er dus niet meer bij. Dit nieuwe fiscaal partnerbegrip pakt soms voordelig uit, soms ook nadelig. Zo kan de ene regeling u als gehuwd beschouwen, maar kan een andere regeling u als alleenstaand zien.

Gehuwden blijven in de nieuwe regeling zelfs fiscale partners als ze uit elkaar gaan. Pas wanneer ze niet meer bij elkaar wonen en er een echtscheidingsverzoek is ingediend, eindigt hun fiscaal partnerschap.

De wijziging in het fiscaal partnerbegrip is het gevolg van de wens zoveel mogelijk zaken niet meer aan de belastingplichtige te hoeven vragen, maar uit een register te kunnen afleiden. Dat scheelt veel werk en dus kosten bij de Belastingdienst en uiteindelijk ook bij de burgers. Op termijn wordt het dan immers mogelijk mensen een bijna geheel ingevulde aangifte te sturen die de belastingplichtige alleen nog hoeft te controleren. Om fiscaal partnerschap niet meer van de keus van de burger te laten afhangen is het partnerbegrip aangepast. Zoals gezegd per 1-1-2011. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2010 geldt die nieuwe regeling dus nog niet.

Niet voor iedereen eenvoudiger
Het nieuwe fiscaal partnerbegrip is bedoeld als aanzet tot vereenvoudiging. Maar u raadt het al: het is er niet voor iedereen eenvoudiger op geworden.

Zo ontvingen wij een ongeruste mail van een vrouwelijke cliënt. Haar man  kan na een aantal hersenbloedingen niet goed meer tegen drukte in huis. Moeilijk als je kleine kinderen hebt. Bovendien zou een gelijkvloerse woning ervoor zorgen dat hij minder hulp nodig heeft. Nu had het echtpaar een woning voor Pierre gevonden waar hij met hulp toch zelfstandig kon wonen. Naomi zou dan met de kinderen in de oude woning blijven, dicht bij de school van de kinderen en in hun vertrouwde omgeving.

Het echtpaar wilde niet scheiden maar zij vroeg zich af of zij dat misschien wel zouden moeten. Zij vreesde niet in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag. Getrouwde mensen blijven sinds januari immers fiscale partners, ook al wonen zij niet meer samen. Zij had opvang voor de kinderen nodig om te kunnen werken, maar met een fiscale partner die niet werkt en die niet in een reïntegratietraject zit, vreesde zij geen recht op toeslag te hebben.

Gelukkig geldt het nieuwe fiscale partnerbegrip nog niet voor de toeslagen. Bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag kan Naomi – als haar man niet bij haar woont – aangeven dat zij ongehuwd is. Komen er vragen, dan kan ze uitleggen dat ze duurzaam gescheiden leeft, want bij de toeslagen bestaat dit begrip nog.

Hetzelfde geldt voor de eigen bijdrage die haar man voor de hulp die hij nodig heeft aan het CAK zal gaan betalen. Haar inkomen telt bij het bepalen hiervan niet mee omdat hij en zij niet langer één huishouding vormen. Haar eerste paniek was dus nog niet nodig omdat de regeling nog niet volledig is ingevoerd. Het nieuwe fiscaal partnerbegrip geldt nog niet voor de toeslagen en de eigen bijdrage awbz.

Geen korting
Voor de inkomstenbelasting is de situatie minder rooskleurig. Iemand in de situatie van bovenstaande dame, die niet samenwoont met haar man, die buiten de deur werkt en voor jonge kinderen zorgt, heeft in 2010 nog recht op de korting voor alleenstaande ouders en combinatiekorting. Dit kan (afhankelijk van het inkomen) oplopen tot een netto belastingkorting van 4317 euro. In 2011 wordt iemand als Naomi – als de partner elders gaat wonen maar zij getrouwd blijven – niet meer als alleenstaand gezien. Geen alleenstaande ouderkorting dus. Ook op de combinatiekorting heeft zij geen recht, want haar partner heeft geen inkomsten uit arbeid.

Voorlopig heeft de verandering in het fiscaal partnerbegrip voornamelijk gevolgen voor de inkomstenbelasting en dus nog niet voor bijvoorbeeld het recht op toeslagen of de eigen bijdrage bij de awbz. Op dit moment kunt u in de ene regeling dus een partner hebben, terwijl u in de andere regeling nog als alleenstaand geldt. Maar op termijn (wanneer precies is nog niet bekend) zal dit veranderen. Er zullen nog wel wat uitzonderingen zijn, maar in grote lijnen zullen mensen die in de ene regeling fiscale partners zijn dat in een andere regeling ook zijn. Dan hebben Pierre en Naomi dus echt een probleem. En met hen alle mensen die getrouwd zijn, niet willen scheiden maar niet kunnen of willen samenwonen (en die groep zou best wel eens groter kunnen zijn dan wij nu denken).

Het lijkt erop dat men begint met een eenvoudig vast te stellen partnerbegrip in de inkomstenbelasting om alvast ervaring op te doen met de gevolgen die dit heeft. Vervelende gevolgen waaraan men nu nog niet heeft gedacht, zijn dan misschien nog bij te stellen. Als alles in één keer wordt ingevoerd, komen alle problemen ook in één keer boven. Herstel kan dan moeilijk tot bijna onmogelijk zijn.

Wanneer bent u fiscaal partner?
Getrouwde mensen zijn altijd fiscale partners. Zij blijven dat tot ze niet langer op hetzelfde adres wonen en er een echtscheidingsverzoek is ingediend. Alleen verhuizen is dus niet genoeg om het fiscaal partnerschap te beëindigen.

Woont u samen, dan bent u in de volgende gevallen fiscale partners:

  • u hebt een notarieel samenlevingscontract
  • u hebt samen een kind
  • de ene partner heeft het kind van de andere partner erkend
  • u hebt uw huisgenoot aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen
  • u woont samen in een woning waarvan u beiden de eigenaar bent

Bij een dergelijke opsomming gaan veel mensen fantaseren: wat als ik met twee vrouwen samenwoon en ik heb met de ene vrouw een kind en met de andere een samenlevingscontract? Ook hieraan is gedacht. Het zal niet veel voorkomen maar in zo’n geval geldt de volgorde van het rijtje. De vrouw met wie het samenlevingscontract gesloten is, is dan dus de fiscale partner. Samenwoners die niet meer op hetzelfde adres wonen, zijn voor de Belastingdienst geen fiscale partners meer, tenzij men niet meer op hetzelfde adres woont omdat een van de twee is opgenomen in een verpleeghuis.

Meld verslechtering
Regelingen zijn tegenwoordig vaak zo complex dat de makers wel wat hulp kunnen gebruiken om alle (vaak onbedoelde) gevolgen in kaart te brengen. Mensen voor wie de nieuwe regeling een verandering inhoudt, moeten daarom aan de bel trekken wanneer het nieuwe partnerbegrip voor hen een onbedoelde verslechtering betekent. Nu is er nog tijd hierop te wijzen bij politieke partijen of bijvoorbeeld een vak- of ouderenbond of patiëntenvereniging. De nieuwe regeling heeft immers tot doel de procedure eenvoudiger te maken, niet om te bezuinigen op toeslagen die, juist voor mensen in een bijzondere situatie, erg belangrijk kunnen zijn.

Een andere tip is voor de opstellers van de regeling. Stapsgewijs invoeren kan een goed idee zijn, als het tenminste mogelijk is voor gedupeerden om eenvoudig melding te maken van problemen. Er zou een meldpunt geopend kunnen worden bij de belastingtelefoon of iets vergelijkbaar laagdrempeligs. Dat voorkomt dat we gaan denken dat de opstellers van de regeling toch bezig waren met een ondoorzichtige bezuinigingsoperatie ten koste van kwetsbare groepen.

Meer informatie op onze site of kijk hier en hier voor overzichtelijke presentaties.

Afspraak tussen samenwoners niet belast met schenk- en overdrachtsbelasting

Het stel wonen ongehuwd samen in een woning die eigendom is van de man. De vriendin wil aan de man een renteloze lening van € 75.000 verstrekken waarmee hij zijn hypotheekschuld aflost mits zij vervolgens meedeelt in de waardeontwikkeling (zowel positief als negatief) van het huis. In verband hiermee heeft de notaris van de bevoegde belastinginspecteurs de onderstaande brieven ontvangen met betrekking tot de gevolgen voor de schenk- en overdrachtsbelasting.
 
“[…] Voor wat betreft deze lening en de genoemde clausule stelt u dat sprake is van een dringende verplichting van moraal en fatsoen en wederzijdse zorgplicht ten opzichte van elkaar. Dit laatste is door mij niet te toetsen maar gezien de bepalingen in de samenlevingsovereenkomst en het feit dat ook [V] mee kan delen in een eventuele overwaarde acht ik een schenking niet aanwezig. Deze beslissing is mede tot stand gekomen op basis van de door u verstrekte gegevens. Bij vergelijkbare gevallen kunt u hieraan geen vertrouwen ontlenen”. Brief Belastingdienst Rijnmond / kantoor Rotterdam 16 december 2010
 
“[…] Aan de parlementaire discussie inzake de zogeheten beleggingsleer kan de volgende passage worden ontleend. ‘De leden van de CDA-fractie vragen om meer duidelijkheid omtrent de heffing van overdrachtsbelasting ten gevolge van de in artikel 1:87 BW geïntroduceerde beleggingsleer. In de Memorie van toelichting op het wetsvoorstel is aangegeven dat de tot de vergoedingsvordering gerechtigde echtgenoot economisch – zowel in positieve als in negatieve zin – participeert in de waardeontwikkeling van het aangeschafte goed. De echtgenoot die rechthebbende is van de vergoedingsvordering verkrijgt aldus een belang bij het achterliggende goed. Als het bovengenoemde vergoedingsrecht betrekking heeft op de waardeontwikkeling van een onroerende zaak of daarop gevestigd beperkt recht, kan sprake zijn van een economische eigendomsverkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. De staatssecretaris van Financiën acht het echter niet gewenst dat over de verkrijging van de economische eigendom als gevolg van het ontstaan van een vergoedingsrecht, als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van artikel 1:87 BW, overdrachtsbelasting wordt geheven. Echtgenoten kunnen conform het voorgestelde lid 4 van artikel 1:87 BW bij overeenkomst afwijken van het eerste tot en met het derde lid; indien dit zich voordoet zal zonodig bekeken moeten worden of er in dat specifieke geval sprake is van een economische eigendomsverkrijging en hoe daar dan mee om te gaan. De staatssecretaris van Financiën zal zorg dragen voor een regeling waardoor over de verkrijging van de economische eigendom als gevolg van het ontstaan van het vergoedingsrecht uit het eerste tot en met derde lid van 1:87 BW geen overdrachtsbelasting wordt geheven.’ [EK 28867, nr E blz. 5 en 6] In de bovenstaande passage wordt tot uitgangspunt genomen dat sprake kan zijn van een economische eigendomsverkrijging, maar dat een heffing van overdrachtsbelasting niet wenselijk is. Het vorenstaande voert mij tot de slotsom, dat het overeenkomen van bedoelde meerwaardeclausule op zichzelf geen aanleiding geeft tot heffing van overdrachtsbelasting.”

Brief Belastingdienst Haaglanden / kantoor Den Haag 10 december 2010 
 (Met dank aan notaris J.W. van der Hammen voor toezending van de correspondentie)

Wat is nu het belangrijkste?
Als u samenwoont waarbij de één volleig eigenaar is van de woning alsmede verantwoordelijk is voor de hypotheekschuld kan een evt. renteloze lening worden beschouwd als schenking (met bijbehorende belastingen). In bovenstaand geval is dat anders beoordeeld doordat zij meedeelt in de overwaarde. Deze clausule zijn relatief standaard en dus eenvoudig op te nemen in evt. het samenlevingscontract. Voor meer informatie over samenwonen, samenlevingscontracten, schenken etc. verwijzen we u naar onze site: www.anotaris.nl.

Fiscus dreigt samenwoners op kosten te jagen

Het ziet ernaar uit dat de nieuwe fiscale regels voor samenwoners ook mensen die al jaren samenwonen behoorlijk op kosten kunnen jagen.

Tot nu toe leek het erop dat een simpele keus voor fiscaal partnerschap bij de aangifte 2010 voldoende zou zijn om ook in latere jaren door de Belastingdienst als fiscale partners gezien te worden. Zo was het ook bekendgemaakt op de voorlichtingsdagen van de Belastingdienst. Nu blijkt dat het toch de bedoeling is mensen geen keuze te laten en de nieuwe regeling zonder overgangsrecht te laten ingaan. Mensen zijn dus vanaf 2011 alleen elkaars fiscale partner als ze aan bepaalde voorwaarden (zie hieronder) voldoen.

Zo niet dan kunt u, al woont u al jaren samen, niet simpel kiezen voor fiscaal partnerschap. U moet naar de notaris voor een samenlevingsovereenkomst omdat dat de makkelijkste weg is om door de fiscus gezien te worden als fiscaal partners.

Fiscaal partnerschap is voordelig
Fiscaal partnerschap is voor de meeste mensen voordelig. Neem de algemene heffingskorting (aanrechtsubsidie) die kan oplopen tot bijna €2000 wanneer maar één van de partners een inkomen heeft. Ook bij aftrekposten als de hypotheekrente kan fiscaal partnerschap een voordeel zijn omdat dit afgetrokken kan worden bij de partner met het hoogste salaris en dus het meeste belastingvoordeel.Op zich is er niet zoveel op tegen dat er wat aan de regels veranderd wordt. Samenwoners hebben voortaan geen keuze meer, maar gehuwden ook niet.

Voorwaarden fiscaal partnerschap
Wanneer is men in 2011 elkaars fiscale partner?

  • Getrouwde mensen zijn altijd elkaars fiscale partner
  • Mensen met een bij de burgerlijke stand geregistreerd partnerschap zijn altijd elkaars fiscale partner

Woont u ongehuwd samen, dan bent u in de volgende gevallen fiscale partners:

  • u hebt samen een kind
  • de ene partner heeft het kind van de andere partner erkend
  • u woont samen in een woning waarvan u beiden de eigenaar bent
  • u hebt uw huisgenoot aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen
  • u hebt een notarieel samenlevingscontract

Er gelden dus per 2011 vaste regels voor fiscaal partnerschap. Voldoet u aan deze regels dan ziet de Belastingdienst u als fiscale partners. Het ene jaar kiezen voor fiscaal partnerschap en het andere jaar niet, zoals ongehuwden tot nu toe konden doen, is vanaf 2011  dus niet meer mogelijk.

Notariele Diensten Bewind & Executele (N.D.B.E.) B.V.
ook handelend onder de naam ANOTARIS in licentie.
Kvk.nr: 272 644 85. Statutaire zetel te Zeist,
feitelijk adres: Schoudermantel 37, 3981 AE Bunnik.
Ik wil een offerte Gratis Notaris advies Nieuwsbrief Acties - Aanbiedingen